Prototyping and dialogues for wellbeing

Methods
Aangereikt door Research Through Design (RTD) congres, (Sara Nevay en Lucy Robertson)

Samenvatting van de methode

Tijdens de conferentie volgden wij de workshop: E-textile* Playground. Met deze workshop werd er uitgelegd waar textiel goed aan te pas kwam bij interactieve toepassingen. Door iets te creëren dat visueel, hoorbaar en tastbaar is, kunnen er interessante inzichten naar voren komen. Tijdens een workshop wordt de opdracht gegeven om een probleem te definiëren en deze op te lossen door een interactieve toepassing te creëren door middel van de E-Textile workshop.

Hoe werkt het?

Doel van de methode

De E-textile playground valt onder de noemer Co-creation. Het wordt gebruikt om tot nieuwe, inspirerende inzichten te komen. De participanten kunnen door middel van textiel en elektronica prototypes maken, die voortgekomen zijn uit de discussies over een onderwerp.
Door de participanten te betrekken bij het proces, ontstaan er, hopelijk, onverwachte en creatieve oplossingen of inzichten die weer gebruikt kunnen worden om te kijken wat mogelijk is en hoe producten kunnen werken.

Fase

Deze methode wordt gebruikt in de fase ‘Ontdekken en ontwikkelen’.

Duur methode

Er is geen vaste tijd aan verbonden. Je kunt een workshop houden van ongeveer 6 uur, maar ook een hele week. Des te langer je de tijd hebt, des te uitgebreider het kan worden. Voor de workshophouder kost het wat tijd en moeite om alles voor te bereiden. Er moeten genoeg materialen verzameld worden en alles moet klaar gezet worden. Met een workshop van ongeveer 6 uur heb je genoeg tijd om iets te creëren. Allereerst kun je mensen laten discussiëren over een onderwerp, in ons geval het welzijn van mensen. Dit kan in grotere groepen worden uitgevoerd. Vervolgens kun je de mensen in duo’s laten brainstormen over een idee dat te maken heeft met het onderwerp. Vervolgens kunnen ze in ongeveer 3 uur een prototype maken.

Benodigdheden

  • Een even aantal participanten, zodat ze gemakkelijk in duo’s kunnen samenwerken. Des te meer participanten je kunt regelen, des te meer inzichten je kunt verzamelen. Een groep van acht mensen is ideaal.
  • Spullen om een prototype mee te kunnen maken, zoals een naaimachine, strijkplank, strijkijzer, maak ook tools, zoals een lijmpistool, soldeerapparaat, schaar, snijmesjes, tangen.
  • Zo veel mogelijk materiaal, zodat ze zo min mogelijk beperkingen hebben in hun creativiteit: verschillende soorten stoffen en textiel, wol, knopen, garen, ritsen,, stiften, papier, linialen. Ook heb je elektronica onderdelen nodig, zoals een starterspakket van Arduino, met draadjes, sensoren enz, batterijen, muziekboxjes.
  • Een computer met een elektronica software zoals Arduino, om de elektra aan te sluiten.
  • Participanten en/of workshopleiders die ervaring hebben met elektronica (Arduino).
  • Per 5 participanten 1 workshopleider die kan helpen met het creëren en het gebruiken van de tools, zoals een naaimachine.
  • Workshopleiders die verstand hebben van elektronica en textiel (bijv. ook naaimachines)
  • Opname apparatuur om de discussies mee op te nemen. Hiervoor moet je wel toestemming vragen aan de participanten.

Participanten en onderzoekers

Voor deze methode is het handig om minimaal 2 onderzoekers te hebben die de workshop kunnen leiden. Ook moeten de onderzoekers kennis hebben over de materialen die zij willen gebruiken.

Voor de participanten is het handig om een achtergrond te hebben in de onderzoekende- en/of creatieve sector. Het is ook handig om per onderzoeker maximaal 5 participanten te koppelen. Dus met 2 onderzoekers kunnen er maximaal 10 participanten meedoen.

Welke data

Met deze methode kun je kwalitatieve gegevens verzamelen. Door deze methode te gebruiken, verzamel je inzichten die je verder kunt gebruiken in het proces.
Met de e-textile playground heb je voldoende data verzameld, als het tot meer inzichten en/of inspiratie heeft geleidt. In het perfecte scenario heeft iedere participant (in ons geval duo) het prototype af kunnen maken met een logische gedachtegang. Je hoeft niet op een bepaald aantal inzichten te komen.

Voor en nadelen

+ Er kunnen veel verschillende inzichten worden gegenereerd, waardoor je meerdere kanten op kan.
+ Door samen te werken kom je op leuke ideeën.
+ Op het onderwerp na, krijg je alle vrijheid om een creatieve oplossing te bedenken

– De participanten moeten minimaal 5 uur beschikbaar zijn om dit uit te voeren.
– Je moet participanten zoeken (of een workshopleider) die verstand heeft van elektronica.
– De creativiteit van de participanten wordt wellicht geblokkeerd, doordat er maar beperkt aantal materialen beschikbaar zijn.

Methode uitgebreid

Quotes

‘Textiles are great for creating intuitive interacting prototypes.’

‘Wellbeing can be interpreted in many ways. It can be physical, but it also can be a mental status’


Resultaten

Tijdens de discussie over welzijn kwam vooral naar voren dat welzijn een fysieke en een mentale invalshoek heeft. Stress kan zowel een mentaal als fysiek een negatief invloed hebben op je welzijn. Tom nam als voorbeeld: roken.

Roken kan ervoor zorgen dat je mentaal minder gestresst voelt, maar is fysiek slecht voor je lichaam. Wanneer je stopt met roken verbetert dit je fysieke gezondheid, maar is het mentaal een lastige strijd als je wil stoppen met roken. Tom was van mening dat je kan stoppen met roken door het af te bouwen. Hij creëerde een ‘fanny-pack’ met twee interactieve zakken. In één zak zat een stressbal waar je in kunt knijpen tegen de stress. De stressbal veranderde tevens ook van kleur. In de andere zak zat er een pakje sigaretten. Wanneer je de zak opende met de stressbal, hoorde je rustgevende muziek die zal helpen tegen de stress. Wanneer je de zak opende met sigaretten, begon de tas tegen je te praten. “Weet je zeker dat je het wil pakken?”, “In de andere zak zit de stressbal” zijn een aantal voorbeelden wat de tas kon zeggen.

Stappenplan uitvoeren methode

Stap 1: Nodig alle participanten uit voor de workshop op een locatie naar keuze.
Stap 2: Geef een korte introductie over E-textiles. Niet iedereen heeft hier wellicht verstand van en weet hoe het werkt.
Stap 3: Laat de participanten ongeveer 40 minuten discussiëren in groepjes over een bepaald onderwerp (in ons geval het welzijn van de mens): wat houdt het voor iedereen in en wat komt er bij kijken.
Stap 4: Laat de inzichten presenteren aan elkaar, zodat andere er weer op kunnen reageren. Indien de workshopleider nog wat toe te voegen heeft waarover gepraat kan worden, voer je dit uit.
Stap 5: Deel vervolgens de groep op in duo’s. Geef de duo’s een probleem of onderwerp waar een oplossing voor gevonden moet worden.
Stap 6: Laat de duo’s tot een oplossing komen. Vervolgens hebben ze ongeveer 3 uur om een E-textile prototype te maken.
Stap 7: Laat de participanten de prototypes aan elkaar presenteren en haal er de belangrijkste inzichten uit.

Tips en trucs

Tips:

  • Zodra de participanten (duo’s) een idee hebben bedacht die ze willen prototypen, kan dit voor dat het gemaakt wordt, gepresenteerd worden aan de andere duo’s. Hierdoor kunnen er nog aanpassingen plaatsvinden om het wellicht nog beter te maken.
  • Zorg ervoor dat in elk groepje minimaal een persoon zit die om kan gaan met de elektronica.
  • Het is handig om per vijf personen een workshopleider te hebben die kan helpen, met bijvoorbeeld de naaimachine of de elektronica.
  • Neem de gesprekken van de participanten op (met toestemming), zodat je dit nog een keer terug kunt luisteren en wellicht op nog meer inzichten kan komen.
  • Door samenwerking tussen de participanten zullen de prototypes relatief van hogere kwaliteit zijn.

Trucs:

  • Door samenwerking tussen de participanten zullen de prototypes relatief van hogere kwaliteit zijn.

Gerelateerde methodes

Co-creatie: Met co-creatie kom je bij elkaar en besteed je veel aandacht aan het voeren van een discussie over een bepaald onderwerp, zoals in ons geval het welzijn van de mens. Uiteindelijk kunnen er producten worden gemaakt, zoals een prototype, om over een bepaald product meer uit te leggen.