Ontwerpen vanuit woede #1

Aangereikt door Astrid Poot (mede oprichter en baas van Stichting Lekkersamenklooien en creatief directeur van Familie van Fonk) en Vasilis van Gemert (docent CMD Amsterdam).

De methode ‘ontwerpen vanuit woede’ wordt gebruikt om te ontwerpen vanuit een frustratie/woede. Doordat de ontwerper ontwerpt vanuit een frustratie/woede heeft het uiteindelijke product een toevoeging aan de Nederlandse (of internationale) maatschappij. Je zou verwachten dat er door deze methode alleen producten met een negatieve sfeer ontworpen worden, maar vreemd genoeg is dat juist niet zo. Door na te denken over een frustratie/woede en het probleem goed te kaderen kun je de woede omzetten in een kracht. Hierdoor kun je een concept ontwerpen met een positieve energie. Bij het eerste gedeelte van deze methode gaat het vooral om het waarnemen en begrijpen van een frustratie/woede. 


Hoe werkt het?

Fase

De methode wordt gebruikt om een probleem te definiëren. In het begin ben je nog opzoek naar een frustratie/woede waar je boos om kan worden, wat je vervolgens gaat omzetten naar een gedefinieerd probleem dat te onderbouwen is door onderzoek. Deze methode valt in de verkennings- en definieer fase van de vijf ontwerpfases.


Duur

Je kunt zoveel tijd besteden aan de methode als je wilt. Het is van belang dat je een onderwerp kiest waar je zelf woede over hebt. Je kunt een onderwerp bijvoorbeeld bepalen door een mindmap voor jezelf te maken met verschillende aspecten waar je boos om wordt of gefrustreerd over raakt. 

Verder is het van belang dat je onderzoek gaat doen. Dit kun je doen door de eerste denk kaart over de machten en krachten te gebruiken (Lees er meer over bij ‘uitwerken en resultaten’). Je vult je aannames in waar je later verder onderzoek naar gaat doen. Je gaat dus valideren of je machten en krachten juist waren. Mocht dit niet het geval zijn dan kun je de machten en krachten aanpassen na het onderzoek. Het is niet verstandig om alle aannames in één keer helemaal te willen onderzoeken. Het is juist aan te raden om rustig onderzoek te doen en af en toe iets anders tussendoor te doen. Dit zorgt voor rust in je hoofd en geeft je uiteindelijk weer nieuwe inzichten, waardoor je onderzoek sterker wordt. 

Voor het uitwerken van de methode in bijvoorbeeld een manifest of video-pitch is het  ook aan te raden om dit over meerdere dagen te verdelen. Als je alles in één keer achter elkaar gaat doen zul je dingen over het hoofd gaan zien en zorg je ervoor dat het eindresultaat onduidelijk/slordig wordt.


Benodigdheden

Voor deze methode kun je twee denkkaarten gebruiken. De eerste denkkaart gaat over de machten en krachten. Door de machten en krachten in te vullen met aannames kun je gericht onderzoek gaan doen. De tweede denkkaart gaat over het uitwerken van je woede naar een oplossing, in dit geval specifiek over het schrijven van een manifest. Met behulp van dit formulier kun je conclusies trekken uit het onderzoek dat je gedaan hebt. Verder formuleer je met behulp van het formulier jouw diepe overtuiging, waarnemingen (vanuit onderzoek), jouw visie, en een belofte. Naast de formulieren heb je middelen nodig om onderzoek te doen, bijvoorbeeld een laptop voor deskresearch. Tot slot heb je vooral tijd nodig. Het proces zal nooit lineair verlopen, je zult als ontwerper stappen terug moeten doen en opnieuw moeten nadenken over specifieke aspecten.


Welke data kun je verzamelen

Tijdens het uitvoeren van deze ontwerpmethode verzamel je verschillende soorten data. Nadat je jouw frustratie/woede hebt gedefinieerd en er een concreet probleem van hebt gemaakt, ga je onderzoek doen. Je gaat op zoek naar bronnen die jou kunnen helpen met het onderbouwen van het probleem.

Dit kan informatie zijn die je online vindt, door deskresearch te doen. Gewoontes en gedragingen die je observeert in jouw omgeving (of juist niet in jouw omgeving), maar ook bevindingen die je bijvoorbeeld haalt uit het houden van interviews met mensen die misschien met dit probleem te maken hebben of gespecialiseerd zijn in de richting waar jouw frustratie/woede ligt.


Moeilijkheidsgraad

De moeilijkheidsgraad van deze ontwerpmethode is lastig te bepalen. Deze hangt grotendeels af van het probleem dat je vanuit jouw frustratie/woede hebt gedefinieerd. Er zullen problemen zijn die complexer in elkaar zitten dan andere problemen, wat het definiëren van een belofte lastig kan maken. Hiernaast zou het kunnen voorkomen dat er niet veel kennis beschikbaar is over een specifiek probleem, waardoor het verzamelen van data lastiger wordt. 

Zolang je er voor zorgt dat het probleem waar jij je voor wilt inzetten een probleem is waar je gepassioneerd over bent, hoe lastig dit probleem ook kan zijn, des te makkelijker en des te leuker het is om op onderzoek uit te gaan en er veel tijd in te steken.


Voor- en nadelen

Voordelen

  • Onderzoeken vanuit woede is een goede manier waarop je de oorzaak van een probleem kunt ontleden. Dit doe je door de machten en de krachten van het probleem op te schrijven.
  • Als je je frustratie/woede omzet in energie, is de kans groot dat je een positieve invloed kan uitoefenen op anderen (de maatschappij).
  • Als je ergens boos over bent, ben je vaak ook gepassioneerd. Passie is een goede motivatie en helpt ook bij het beargumenteren van jouw standpunten.

Nadelen

  • Het kan lastig zijn om je woede om te zetten in iets positief. Als dit je niet lukt, kan je intimiderend overkomen en dus juist een negatief effect hebben.
  • Sommige problemen zijn zo groot dat het moeilijk is om oplossingen daarvoor te bedenken.

Uitwerking

Om te beginnen moet je nadenken over dingen die jou boos maken. Dit kan iets zijn wat je zelf ervaart, maar ook iets wat effect heeft op onze samenleving. Als je een onderwerp hebt, is het de bedoeling dat je het probleem gaat ontleden. Je gaat kijken naar de machten en krachten die het probleem in stand houden. Door dit uit te werken en te onderzoeken, kom je erachter wat de oorzaken van het probleem zijn.

Hiervoor kun je de eerste denk kaart gebruiken. Op het formulier van de denk kaart is een soort ‘cirkeldiagram’ afgebeeld. In de middelste cirkel formuleer je het probleem. Om het probleem te kaderen en er beter grip op te krijgen omschrijf je het probleem, waarom het een probleem is, voor wie het een probleem is en voor wie niet. Als het probleem geformuleerd is ga je nadenken welke krachten (de tweede cirkel) het probleem in stand houden.

Je kunt de krachten zien als opvattingen, gevoelens of onbewuste gebeurtenissen. De krachten beïnvloeden het probleem. Zodra de krachten in kaart gebracht zijn gaan we door naar de machten (de derde/buitenste cirkel). Je gaat nu kijken welke machten de krachten in stand houden. Machten zijn doelbewust. Machten zijn de zenders/personen van een instantie. Het verschil tussen de machten en krachten is dat de krachten passief en niet intentioneel zijn en gaan over opvattingen, gevoelens en onbewuste gebeurtenissen. Terwijl machten actief en doelbewust zijn en gaan over de zenders/personen van een instantie. Zoals eerder vermeld is het goed om de denk kaart eerst met aannames in te vullen. Daarna ga je onderzoek doen en valideren of de aannames kloppen. 

Nadat je de factoren die het probleem in stand houden onderzocht hebt, moet je nadenken hoe je de machten positief kan beïnvloeden en potentiële oplossingen kan bedenken. Het belangrijkste is dat je het op een optimistische manier overbrengt, zonder dat je daar iets of iemand voor hoeft te straffen. Door dat de doen verandert er ook iets in de krachten. Je kunt pas naar deze stap van de denk kaart gaan op het moment dat je de aannames vanuit onderzoek hebt gevalideerd. Je gebruikt de eerste denk kaart dus om in kaart te brengen welke factoren jouw probleem allemaal beïnvloeden.


Resultaten

Voor het uitwerken van je woede naar een oplossing kun je de tweede denkkaart over het schrijven van een manifest gebruiken. Het schrijven van een manifest is niet de enigste manier om de resultaten uit te werken, dit kan bijvoorbeeld ook via een video-pitch of posterpresentatie etc. In dit geval is de denkkaart gericht op het schrijven van een manifest.

De denk kaart is op te delen in twee stappen. In de eerste stap ga je aantonen dat je jouw woede en je invloed begrijpt. Je gaat opschrijven waar je boos over bent, hoe je dit wilt veranderen, waarom ben jij de geschikte persoon om dit te veranderen en wat zal er voortaan anders zijn doordat jij actie ondernam. Door over deze vier vragen na te denken laat je zien dat je jouw eigen woede begrijpt en duidelijk weet welke invloed je als ontwerper hebt.

De tweede stap van de denk kaart ga je jouw gedachte deelbaar maken. In dit geval doen we het door middel van een manifest, maar naast een manifest zou je jouw overtuiging ook kunnen delen aan de hand van een poster, een animatie of bijvoorbeeld een video-pitch. Een manifest kan ook weer verschillende vormen hebben. Het kan tekstueel, visueel, in de vorm van een speech, een animatie etc zijn.

De opbouw van een manifest begint bij “ik zie” en “ik vind”. Bij de “ik zie” beschrijf je de waarnemingen die uit onderzoek komen en bij “ik vind” geef je jouw diepe overtuiging. Vervolgens komt het “ik beloof”. Hierin formuleer je jouw krachtige visie, hetgeen wat je wilt gaan veranderen. Na “ik beloof” komt “door” waarin je aangeeft hoe je de concrete belofte gaat waarmaken. Tot slot komt “zodat” die aangeeft wat er veranderd door deze belofte. Enkele voorbeelden van manifesten zijn in de afbeelding te zien.


Tips & Tricks

  • Als je het lastig vind om iets te bedenken wat je boos maakt, is het handig om jezelf deze vragen te stellen:
    • Wat wil je graag anders?
    • Waarover ben je verontwaardigd?
    • Wat maakt je boos?
  • Vraag aan andere mensen wat zij van het probleem vinden om nieuwe inzichten te verzamelen. Dit kan je helpen om het probleem vanuit andere perspectieven te zien.
  • Een manifest/presentatie moet kort en krachtig zijn. Op deze manier kun je jouw boodschap zo overtuigend mogelijk overbrengen.

Gerelateerde methoden

Bij onderzoeken vanuit woede worden de denkkaarten gebruikt om de machten en de krachten van het probleem te definiëren en op basis daarvan oplossingen te bedenken. Je zou dit ook op een andere manier kunnen aanpakken, namelijk:

Co-reflection

Deze methode wordt normaal gesproken gebruikt om een ontwerp te verbeteren. In dit geval zou je het kunnen toepassen op een onderzoeksprobleem. Door co-reflection toe te passen betrek je alle stakeholders bij het begin van het proces/onderzoek. Dit houdt in dat iedereen die te maken heeft met het probleem, zijn of haar kant van het probleem kan vertellen en uitleggen. Hierdoor verzamel je nieuwe inzichten van verschillende perspectieven. Op deze manier kom je er achter hoe de betrokken groepen bijdragen aan het probleem en kan je het gezamenlijk proberen op te lossen. 

Customer journey

Een customer journey is een handige manier om de ervaringen van verschillende mensen vast te leggen. Deze methode wordt meestal gebruikt om een product of een dienst te verbeteren, maar het kan ook heel handig zijn om de handelingen en emoties van iemand vast te leggen om een probleem op te lossen. Als je 10 mensen een customer journey zal laten maken, krijg je ook 10 verschillende ervaringen te zien. Hieruit kun je zien waar het probleem een rol speelt bij verschillende soorten mensen. Dat zijn de touch points. Door de touch points te beïnvloeden kun je proberen om oplossingsrichtingen te bedenken die hetzelfde probleem voor meerdere mensen zal kunnen oplossen.

Bron: https://www.cmdmethods.nl